Vorig jaar liet de gemeente drie huizen aan de Claes de Vrieselaan slopen, met de hand én circulair. Op woensdag 14 februari ontving dit project de ‘Projectverificatieverklaring Circulair Sloopproject’ van de Stichting Veilig en Milieukundig Slopen. Een kroon op het werk van aannemer Struijk Sloop- en Grondwerken Nederland B.V., Team Sloop en Asbest van de gemeente Rotterdam en bewonersinitiatief het Wijkpaleis.

Erik Schurink, adviseur duurzaam bouwen en circulariteit en Kees Reijm, sloop- en asbestadviseur bij de gemeente vertelden eerder over de totstandkoming van het project. Nu nemen ze het circulaire certificaat in ontvangst, als eerste sloopproject van de gemeente. Daarom vroegen we ze: circulair slopen… hoe doe je dat eigenlijk?

Betrek bewoners
“Ik denk niet dat we voorbij moeten gaan aan de kracht die in die wijk ligt”, begint Erik. “Veel mensen zijn al bezig met circulariteit en zijn daar heel bevlogen in. Dat heb je nodig. Het Wijkpaleis speelt daarbij een belangrijke rol.” De kijkdag, waarop buurtbewoners direct konden bieden op elementen uit de oude huizen,bleek een groot succes. Bewoners voelden zich betrokken, de aannemer wist precies wat hij uit de huizen moest halen en het Wijkpaleis zorgde dat de spullen bij hun nieuwe eigenaar terechtkwamen.

Het constructiehout uit de panden gebruikt het Wijkpaleis voor de bouw van een nieuwe werkplaats. “Daarvoor haalde het Wijkpaleis zelf de spijkers uit het hout”, licht Erik toe. “Dat is best een klus, maar door hun inzet en het enthousiasme van vrijwilligers is het gelukt en kreeg dit project ook op sociaal gebied meerwaarde.”

Betrek de aannemer
In het bestek, de opdrachtomschrijving, verplichtte de gemeente de aannemer het project door de Stichting Veilig en Milieukundig Slopen te laten controleren. Voor Tom Oosterwijk, projectleider vanuit aannemer Struijk, was dit de tweede keer dat een opdrachtgever met deze verplichting kwam. “Inmiddels hebben we het proces van verifiëren van een circulair sloopproject twee keer doorlopen en zijn we bekend met deze werkwijze”, zegt Tom. “Struijk kijkt op alle eigen projecten al naar circulaire kansen, maar dit soort opdrachten brengen ons nog verder vooruit.”

Vooral de nauwe samenwerking met het Wijkpaleis was voor Tom een bron van inspiratie. “Het viel allemaal heel mooi samen. De gemeente als opdrachtgever, wij als opdrachtnemer en het Wijkpaleis als afzetmarkt. We hoefden spullen niet op ons eigen terrein op te slaan en onwijs veel circulair materiaal werd lokaal ingezet, dus we bespaarden ook op ritjes met een vrachtwagen.”

Werk samen met de hele keten
De lijntjes waren voortdurend kort. Tussen aannemer en gemeente, maar ook tussen aannemer en Wijkpaleis. “Het was fijn dat we daar twee duidelijke contactpersonen hadden”, licht Tom toe. Bovendien kwamen de betrokken partijen wekelijks samen, vaker dan bij andere sloopprojecten. Tom: “Dit project had veel aandacht nodig, want we werkten samen met de hele keten. Maar juist daarom is dit in mijn ogen het mooiste circulaire project tot nu toe.”

Maak geld vrij
Door materialen opnieuw te gebruiken, behouden ze hun waarde. Maar voor circulair slopen heb je in de uitvoering meer tijd nodig, en dat kost geld. Een vergaande circulaire aanpak zoals aan de Claes de Vrieselaan is zeldzaam, maar Kees is voorzichtig positief dat circulariteit in meer projecten, waar mogelijk, een rol krijgt. “Hoe verder de vraag naar gebruikte materialen stijgt, hoe meer bedrijfjes daar kansen in zien. En als de prijzen voor nieuwe grondstoffen nog een keer verdubbelen, wordt het steeds interessanter om te kijken: welk materiaal hebben we al en hoe gaan we daarmee om?”

Kees en Erik vinden het belangrijk dat er niet alleen bij Team Sloop en Asbest maar ook in de lagen daarboven, bij managers die gaan over projecten en budgetten, meer aandacht komt voor circulariteit. Ook Tom hoopt dat opdrachtgevers vaker geld vrijmaken voor circulaire projecten. Tom: “We willen graag mooie circulaire resultaten behalen, maar als een opdrachtgever geen gelijk speelveld creëert, zie je vaak dat de prijs zo laag mogelijk moet zijn. Alles op eigen initiatief doen, kost veel geld. Maar samen kunnen we de kosten dragen.”

Tekst: Merel Nolet
Fotografie: Jan de Groen