‘NIETS DE WIJK IN, NIETS DE WIJK UIT! DAT IS DE CIRCULAIRE AMBITIE DIE WE HEBBEN GESTELD VOOR REYEROORD.’

De gemeente Rotterdam heeft nogal wat materiaal in beheer. Van straatstenen en asfalt tot bankjes, prullenbakken en lantaarnpalen. In de wijk Reyeroord wordt getest met de circulaire ambitie: niets de wijk in, niets de wijk uit. Om uit te zoeken of die ambitie ook echt haalbaar is moet je eerst weten wát je precies hebt en wat de herbruikbaarheid is van al deze materialen. We spraken Luuk van der Burgt en Rolf Jonker over het digitale Materialendepot dat binnenkort wordt gepresenteerd, de testprojecten en het systeem dat op basis van kunstmatige intelligentie het soort en de conditie van materialen herkent!

Rotterdam moet in 2050 volledig circulair zijn
Luuk van der Burgt is programmamanager van de wijk Reyeroord. Hij vertelt over de ambitie om de wijk volledig circulair te maken als test voor de rest van de stad. Luuk: “Als je het hebt over een circulair leven, dan moeten we niet alleen naar het individu, maar ook naar de stad kijken. Als gemeente voeren we grootschalig beheer voor alles in de buitenruimte. Toen in de wijk Reyeroord het rioolstelsel aangepakt moest worden, namen we dat als kans om ook andere transities in de wijk door te voeren. Denk aan de energietransitie met een aansluiting op het warmtenet, maar ook de ambitie om volledig circulair te zijn in 2050. Als je kijkt naar alle materialen in de openbare ruimte dan hanteert de gemeente een Rotterdamse stijl die alles er eenduidig uit laat zien. Voor de verouderde wijk Reyeroord betekende dat toen dat alles vernieuwd zou moeten worden. Alles eruit en opnieuw erin past niet bij een circulaire ambitie, dus zijn we gaan testen hoe we de aanwezige materialen een nieuw leven konden geven. Daarom zijn we gestart met het digitale Materialendepot en hebben we bewoners betrokken bij de eerste testprojecten.”

Een Materialendepot, wat is dat eigenlijk?
Rolf Jonker werkt bij het ingenieursbureau van de gemeente Rotterdam en richt zich op informatie in de buitenruimte. Hij legt ons uit wat het doel is van het Materialendepot en hoe ze te werk zijn gegaan: “Eigenlijk kan je de stad zien als één grote opslag van materialen. Materiaal zonder identiteit vervalt vaak tot afval en dit willen we voorkomen. Om inzichtelijk te maken wat er ligt en wat nog herbruikbaar is zijn we begonnen met het opstellen van een materialenpaspoort. Daarin staat middels LinkData tot in detail alle informatie opgeslagen. Laten we als voorbeeld even een voetpad nemen. We weten dat zo’n pad bestaat uit tegels en bandenlijnen. Maar die tegel bestaat weer uit een boven- en onderlaag van een verschillend betonmengsel. En dat mengsel bestaat weer uit zand en grind en een vuller. En nou weten wij als gemeente welk voetpad waar ligt, maar de aannemer weet weer hoe hij dat heeft aangelegd, de fabrikant hoe het materiaal daarvoor is gemaakt en de grondstofleverancier alles van de grondstof. We werken dus samen met vele stakeholders om precies in kaart te brengen wat in de wijk aanwezig is.”

Testen met de herbruikbaarheid van materialen
Nadat al het materiaal in kaart is gebracht volgt de volgende vraag: in hoeverre is het nog bruikbaar? Je kan moeilijk elk tegeltje zelf gaan controleren, dus ontwikkelde de gemeente Rotterdam een nieuw systeem op basis van kunstmatige intelligentie. Rolf: “We hebben het computersysteem geleerd om op basis van onze beheersystemen materialen te detecteren, en op basis van foto’s de conditie van een straat te herkennen. Zo kan je automatisch genereren hoeveel materiaal er is en hoeveel procent van de tegels scheuren of verval vertoont. Daardoor weten we welk deel van een straat direct opnieuw gebruikt kan worden en welk deel daarvoor eerst nog een bewerking nodig heeft.”

Om te testen wat er mogelijk is met bestaande materialen vroeg het Reyeroord-team aan een ontwerper en een fabrikant om te kijken wat zij nog konden met de stoep- en straattegels die al tientallen jaren in de wijk liggen. De fabrikant heeft de toplaag van de tegels met toegepaste technieken weer mooi proberen te maken. Bij In de Rey van Morgen 1 experimenteerde een ontwerper met plantenbakken en andere vormen om de stoeptegels opnieuw in te verwerken en bij in de Rey van Morgen 2 liggen op het moment testvakken waarbij 80% bestaande straatstenen gemixt met 20% nieuw materiaal in een ander patroon zijn verwerkt.

De ambitie ‘niets de wijk in, niets de wijk uit’ is vooralsnog niet helemaal haalbaar, stellen beide mannen vast. Rolf: “We proberen het natuurlijk zoveel als mogelijk. Maar als echt letterlijk níets de wijk uit mag, dan zouden we hier bijvoorbeeld ook een asfaltmolen en betoncentrale moeten plaatsen en dat is totaal niet efficiënt”. Ook Luuk denkt dat het beter is het speelveld iets te vergroten: “We hebben al eerder een straat vervangen met hergebruikt materiaal vanaf een andere locatie in Rotterdam en andersom. Wanneer we heel de stad erbij betrekken kunnen we deze ambitie waarschijnlijk wél waarmaken.”

Geïnteresseerd?
Ga naar rotterdam.nl/reyeroord en lees alles over de projecten en uitkomsten in onder andere de Circulaire bibliotheek en de Reysgids.